Ga naar inhoud

Rechtvaardige selectiecriteria

Voordat je als sporter kunt deelnemen aan belangrijke internationale wedstrijden moet je daarvoor geselecteerd worden. De manier waarop geselecteerd wordt is voor iedere tak van sport verschillend. De toepassing van selectiecriteria mag echter niet oneerlijk of onrechtvaardig zijn. Wat zijn nu de grenzen en eisen waaraan rechtvaardige selectiecriteria moeten voldoen?

Er is een groot aantal uitspraken van de rechter in verschillende selectiezaken. Daaruit zijn een aantal eisen en kenmerken te halen, waaraan selectiecriteria in de sport moeten voldoen. Als de toepassing van selectiecriteria niet aan de eisen voldoet, wil dat nog niet zeggen dat via de rechter selectie af te dwingen is. Dit is alleen mogelijk als de selectiebeslissing absoluut niet overeenstemt met de vooraf schriftelijk vastgestelde criteria. De rechter gaat niet op de stoel van een trainer, coach of selectiecommissie zitten. Er wordt niet gekeken naar de inhoud van een selectiebeslissing, maar alleen of het besluit om iemand niet te selecteren daadwerkelijk en duidelijk onredelijk is.
In ieder geval zijn er een aantal kenmerken van, en eisen waaraan selectiecriteria en selectiebeslissingen moeten voldoen. Dit zijn:

1. Kenbaarheidvereiste;
sporters moeten weten aan welke selectiecriteria zij moeten voldoen.

2. Tijdige kenbaarheid;
om optimaal te presteren op de meetmomenten, moeten de selectiecriteria op tijd bekend zijn voor de sporters, zodat zij zich daarop voldoende kunnen voorbereiden.

3. Gebondenheid aan vastgesteld selectiebeleid;
er mag niet zonder meer van de vooraf vastgestelde en kenbaar gemaakte selectiecriteria worden afgeweken. Dat is alleen mogelijk als er een goede rechtvaardiging voor is. Dit moet ook goed gemotiveerd worden. Afwijking is eerder aanvaardbaar als de mogelijkheden om af te wijken ook vooraf geregeld zijn. Bijvoorbeeld door een duidelijke ‘hardheidsclausule’ of een ander voorbehoud voor onvoorziene omstandigheden in het selectiebeleid op te nemen. Toezeggingen die door een bondscoach zijn gedaan aan sporters, hoeven niet overgenomen te worden door een selectiecommissie, als dat in de statuten of reglementen van de bond niet geregeld is. Het is aan te bevelen om toezeggingen schriftelijk te bevestigen.

4. Vrijheid opstellen selectiebeleid en subjectiviteit van de bondscoach;
sportorganisaties hebben de vrijheid om selectiebeleid en criteria op te stellen. Dit houdt in dat het niet onredelijk is als aan die selectiecriteria vastgehouden wordt. Er moet wel sprake zijn van een duidelijk, transparant beeld van het selectiebeleid. Als de sportbond op de hoogte is van veranderingen die komen in de spelregels, dan moet de sportbond daarmee rekening houden. Houdt de bond daar in haar selectiebeleid geen rekening mee, dan komt dat voor rekening van de bond en niet voor risico van de sporter. Een bondscoach heeft grote beleidsvrijheid om een selectiekeuze te maken. Dat is veel meer nog het geval bij teamsporten. De bondscoach kan de sportieve belangen van een team voorrang geven boven de kwaliteiten van een individuele sporter. Dit moet wel heel goed gemotiveerd worden.

5. Geen willekeurige selectiecriteria;
criteria voor de ene sporter mogen niet zomaar anders zijn dan die voor een andere sporter. Er mag geen sprake van zijn dat de criteria voor verschillende sporters willekeurig worden toegepast. De toepassing van selectiecriteria moet ook goed gemotiveerd worden. Het is wél mogelijk dat er sprake is van een voorkeurspositie voor bepaalde sporters. De reden van het toekennen van een beschermde status of andere voorkeurspositie, moet duidelijk omschreven zijn en die reden moet ook objectief te bepalen zijn. Dan is er geen sprake van willekeurige selectiecriteria.

6. Belangenafweging bij aanvullende eisen;
sportbonden kunnen extra eisen stellen aan sporters om bij een selectie te komen of te blijven. Zulke aanvullende eisen bestaan bijvoorbeeld uit sponsorverplichtingen of kledingvoorschriften. Maar ook verplichte trainingen en gedragsverplichtingen vallen hieronder. Dit alles is vaak opgenomen in een topsportovereenkomst met de bond. Als er sprake is van een conflict dan worden de belangen van de bond afgewogen tegen de belangen van de sporter. De bond kan dus niet zonder meer vasthouden aan aanvullende eisen of een te zware tuchtrechtelijke sanctie. Een sponsorbelang van de bond weegt vaak zwaarder, omdat de sportbond voor alle sporters afhankelijk is van inkomsten uit sponsoring. Maar een sportbond moet er ook rekening mee houden dat een professionele sporter eigen sponsorcontracten heeft. Selectiebeleid moet vrij zijn van economische beperkingen. Uitsluiting van deelname aan internationale toernooien mag niet alleen maar het gevolg zijn van economische redenen.

7. Beroepsrecht en/of inspraak van de topsporter is gewenst;
selectiecriteria worden eerder als rechtvaardig aangemerkt als er ook een beroepsrecht en/of inspraak van de topsporters aanwezig is. Er kan bij de sportbond een speciale commissie zijn voor conflicten over selecties. Als er conflicten zijn, dan is deze mogelijkheid om in beroep te gaan bij de bond een eerste stap, voordat eventueel naar een rechter gegaan wordt. Verder worden door een rechter zwaardere eisen gesteld aan selectiecriteria die eenzijdig door een bond zijn opgelegd, dan aan criteria die in overleg met sporters zijn gemaakt.

Deze kenmerken en eisen geven geen garantie voor volstrekt onomstreden selectiebeslissingen. Ze geven wel een indicatie voor rechtvaardige selectiecriteria. Sportbonden die aan deze richtlijnen vasthouden, hebben een rechtvaardiger en transparanter selectiebeleid. Er ontstaan minder snel conflicten. Als het uiteindelijk toch tot een conflict, een beroep bij een interne commissie of zelfs een procedure bij de rechter komt, dan moeten de selectiecriteria aan deze kenmerken en eisen voldoen. Als dat niet het geval is dan bestaat de kans dat de rechter een selectiebeslissing niet goedkeurt.

Wil een sportbond dat voorkomen, dan moet het selectiebeleid zoveel mogelijk aan de genoemde kenmerken en eisen voldoen. Deze kenmerken en eisen geven een duidelijke aanwijzing dat selectiecriteria door de beugel kunnen en rechtvaardig worden toegepast. Uiteindelijk is het in het belang van de sporter en de sportbond dat sporters op tijd weten waar ze aan toe zijn en hun trainingen en prestaties daarop af kunnen stemmen.